Een haast zelfwerkende kaartroutine met veel audience participation en met een gokthema, wat
universeel aanspreekt/interesse wekt, gebaseerd op ‘Gemini Twins’ uit een van Karl Fulves’ Self
Working Card Tricksboekjes en een idee van Eugene Burger.
SETUP
De vier azen van een kaartspel steek je op een welbepaalde plaats. Eentje gaat onderaan, eentje als
bovenste kaart en de twee overige als zevende en achtste kaart in het deck (als dat rugzijde omhoog
ligt of gehouden wordt). (boven) A12345AAxxxxxxxxxxxx……xxxxA (onder)
Je kan je kaartspel zo voorbereiden (en in het doosje steken) maar zelfs onder de ogen van de
aanwezigen instant prepareren, terwijl je je intro vertelt (en intussen ‘doelloos’ met je kaarten
speelt/prutst).
Eventueel kan je de truc vertonen (als vervolg in een act), met de kaarten die de toeschouwer zonet
schudde of kaarten die als ‘geschud’ beschouwd worden, gezien het einde van de vorige routine. Pas
gewoon een ‘onzichtbare’ deckswitch toe. Onzichtbaar, niet omdat de bewegingen onzichtbaar zijn,
maar omdat ze niet geregistreerd wordt in het brein van de kijkers. Inspiratie vind je in het boek van
Roberto Giobbi (The Art of Switching Decks, een aanrader voor elke cartomaan), maar denk ook aan
de mogelijkheden van een gimmick als The Cooler van Christian Engblom of aan de Flash Deck
Switch van Shin Lim en Rich Piccone.
VERTONING (en WERKING)
Neem je kaartspel terwijl je vertelt dat je graag met een van de aanwezigen een gokje wil wagen.
“Wie is bereid vijf euro te riskeren?” (als je echt niemand vindt, stop hem dan een van jouw
geldbriefjes toe).
“Wat we gaan doen”, zeg je, (en je voegt de daad bij het woord en telt ondertussen zes kaarten een na
een in een stapeltje op de tafel – het is makkelijker als je dat in een drie en nog een drie tempo doet),
“is een aantal kaarten aftellen en ergens, waar je hoopt op succes, te stoppen. Bijvoorbeeld hier.”
Neem je portefeuille, pluk er een briefje van 5 euro uit en leg dat op het zonet door jou afgetelde
stapeltje van zes kaarten.
Leg daarna de overige (46) kaarten en bloc op je geldbriefje.
Situatieschets:1. De eerste kaart die op jouw eurobriefje rust is de aas die in den beginne als
onderste kaart van het deck stak. 2. De onderste kaart van het geheel is de kaart, die je als
eerste kaart op de tafel telde, te weten de aas die bovenaan begon. 3. Bovenop het geheel
liggen nu twee azen, die oorspronkelijk als zevende en achtste kaart in het deck staken, maar
jij telde er willekeurig (ahum) zes ‘weg’ (als voorbeeld, het spel in nog niet echt bezig).
Neem het pak en overhandig het aan de toeschouwer die een gokje wil wagen. Vraag hem net te doen
als jij, een aantal kaarten op de tafel te tellen en te stoppen wanneer hij dat wil.
Zodra hij dat deed, gebaar je hem zijn inzet (zijn briefje van vijf euro) op het stapeltje te leggen en de
andere kaarten daar bovenop te leggen.
Situatieschets: 1. Ook bovenop zijn briefje ligt nu een aas. 2 de twee onderste kaarten van het
geheel zijn twee azen (de oorspronkelijke 7de en 8ste, die na jouw gokbeurt bovenop lagen en
de toeschouwer als eerste en tweede neertelde op de tafel tijdens zijn gokbeurt).
Pas nu richt je je tot de andere aanwezigen en vraag wie ook wil meespelen (kwestie van de ‘pot’ te
vergroten voor de winnaar).
Tijdens deze conversatie gebeurt de enige ‘sleight’ de je voor het slagen van onderhavige routine moet
afwerken en ze passeert totaal onopgemerkt en onverdacht. Iedereen kijkt naar jou of naar elkaar om te
zien wie zijn nek zal uitsteken en meespelen.
Schuif het spel kaarten, dat voor deelnemer nr. 1 ligt (en waar thans ergens twee geldbriefjes tussen
steken) naar je toe (*) en neem alle kaarten op, behalve een, de onderste. Doe dat zonder ernaar te
kijken, alsof je toevallig/per vergissing één kaart vergeet.
Reik het spel aan de tweede deelnemer en merk dan pas dat je een kaart ‘vergat’, leg die bovenop voor
je hem het deck overhandigt.
Situatieschets: zowel de bovenste als de onderste kaart is (na jouw ‘rechtgezette’
vergetelheid), een aas.
Gokker drie telt ook enkele kaarten af en stopt waar hij denkt dat het geluk hem toelacht.
Hij plaatst zijn 5 eurobiljet op de afgetelde kaarten en legt de rest van het pak daar bovenop.
Een derde publieksdeelnemer (gokker nummer vier, als je jezelf meetelt), doet dat ook. En ook hij
legt, zonder daar erg in te hebben een aas op zijn inzet van vijf euro.
(*) dat naar je toe schuiven en de onderste kaart ‘achterlaten’ lukt makkelijker op een close-up
matje of op een tafeldoek dan op een gladde ondergrond.
“O ja, ik vergat nog te vertellen wat het doel van dit spelletje is. Wie de hoogste kaart koos, wint de
pot. Laten we afspreken dat de aas de hoogste kaart is”.
Het is wat absurd (en daarom komisch) dat je nu pas de ‘spelregels’ uitlegt, nadat iedereen zich
geëngageerd heeft en zijn gok/inzet al gedaan heeft.
Glimlach beaat, alsof jij weet dat jouw gok een aas zal zijn en de anderen een willekeurige kaart
uitkozen. Alsof je hen in de luren legde.
Spreid het spel in een rij op de tafel en zoek de vier geldbriefjes op.
Schuif die, samen met telkens de kaart die er ‘boven’ ligt, uit de rij. Of de kaart die er rechts van ligt
als je het deck van links naar rechts openschoof.
Schuif de overige kaarten samen en leg ze terzijde (uit het zicht/speelveld) – ruimt baan voor een mooi
en duidelijk eindplaatje.
Draai de vier ‘gekozen’ kaarten om. Het blijken de vier azen uit het spel te zijn.
Eindig met iets in de zin van “ik veronderstel dat we allemaal winnaars zijn” en schuif iedereen zijn
vijfeurobriefje toe.
OPMERKINGEN
Het gaat hier om het ‘gemini twins’ principe dat gewoon twee keer na elkaar gebruikt wordt. De truc
werkt dus haast uit zichzelf, die ene kaartverplaatsing van onder naar boven uitgezonderd, maar dat
gebeurt onopgemerkt. Het heeft in de ogen van de toeschouwer (die overigens niet weet wat het einde
zal zijn) geen invloed op de afloop van het gokken, aangezien elk van de deelnemers stopt met tellen
op een door hem willekeurig gekozen plaats/kaart.
Wie een goede false shuffle in de vingers heeft kan daar aan het begin van dit effect gebruikt van
maken, al is dat in principe niet nodig: iedereen gaat ervan uit dat het om een geschud kaartspel gaat
en overigens, ze kiezen zelf waar ze stoppen met delen/aftellen.
Als je vals schudt, doe je dat terloops, terwijl je je intro vertelt. Men zal het onbewust registreren. Zeg
er niets over. Veronderstellingen (in casu: de kaarten zitten willkeurig) die de toeschouwer zelf maakt
zijn bijzonder sterk. Doe er geen afbreuk aan (breng ze niet aan het twijfelen) door te ‘bewijzen’ (op te
merken) wat zij al aangenomen hebben!
In bepaalde omstandigheden (bv. vertoning voor een Rotarypubliek, als je begrijpt wat ik bedoel) kan
je in plaats van briefjes van 5 euro, exemplaren gebruiken met een nulletje meer.
Je kan het speels karakter ook onderstrepen door gebruik te maken van Monopoly©geld. Dit is
enerzijds minder ‘bedreigend’ (riskant) en dus makkelijker om drie deelnemers te vinden, maar
anderzijds verkleint het de impact, de betrokkenheid (het spelen/gokken/inzetten met zijn eigen geld).
Deel geen drie briefjes uit aan het begin, maar doe dat op het moment dat de deelnemers dat geld
nodig hebben (zie de beschrijving hoger: je sleight gebeurt op het ogenblik dat je iemand anders/de
volgende deelnemer aanspreekt/geld overhandigt – natuurlijke misdirection).
Na jouw gokbeurt gebeurt de rest van het spelletje in de handen van de deelnemers. In hun ogen raak
jij de kaarten niet meer aan – en dat doe je ook effectief niet, uitgezonderd die ene keer om de kaarten
van deelnemer 1 aan deelnemer 2 te overhandigen, iets wat als galanterie beschouwd wordt, niet als
iets inherent noodzakelijk voor het laten lukken van je truc.
Aan het eind, het maken van de rij en het uitschuiven van de inzetten en de kaarten waar elk van de
deelnemers ‘toevallig’ stopte, ga je daarom heel langzaam te werk, zodat men je er niet kan van
verdenken op dat moment iets ‘goochelaarsachigs’ (manipulatiefs) te doen.
Ik was verrast van de impact van deze routine toen ik ze de eerste keer vertoonde in clubverband en
een van de aanwezige collega’s (overigens een doorgaans bedaard, maar zeer belezen en onderlegd
performer) uitriep, net voor de eindrevelatie: “Verdxxxme, als dat de vier azen zijn, trakteer ik je op
een choco” (ik drink nl. geen pinten – en dat weten ze daar dus blijkbaar). Wat duidde op het
‘onmogelijke’ karakter van de einduitkomst (in de ogen van de toeschouwers).
En wat voor mij duidelijk maakte dat zelfs insiders, die het ‘principe’ kennen (of vermoeden), verrast
zijn door de dubbele werking. En dat het voor de toeschouwers (zelfs die met voorkennis) ondoenbaar
lijkt achteruit te redeneren om de methode te achterhalen.
Omdat de routine speels en uitdagend (het gaat immers om een ‘wedden dat’-insteek) gebracht wordt
en vanwege het verrassende en mooi ogende eindplaatje (de vier azen elk naast hun inzet van 5 euro),
is het ook niet meteen een puzzel die om een oplossing vraagt. Het is niet de performer die wint
(bankniteprobleem), niemand is teleurgesteld of in zijn eer gekrenkt, iedereen komt goed uit de strijd
en is happy met de goede afloop en zijn individuele succes.
Je kan dit principe natuurlijk ook gebruiken bij een totaal ander verhaal (eventueel aangepast aan het
aanwezige publiek): jij en drie anderen zijn een team politierechercheurs en je zal voor eens en altijd
uitmaken wie de beste boevenpakker is (eindrevelatie: vier boeren/dieven) of dit is de nieuwste rage in
de blinddatewereld (en elk vind een babe/dame) of je speelt het spelleetje met één persoon (het jarige
feestvarken) en de revelatie is een aas, een negen, een zeven en een vijf en wil het nu toch wel lukken
dat hij/zij in 1975 geboren is, of ontdek de vier heemskinderen of ga de bizarre toer op en vind de vier
heksen in een dorp met wel 52 inwoners of vier reddende engelen of vier demonen (halloweenthema)
of onthul een voor het bedrijf dat je boekte relevante cijferreeks of … of gebruik geen speelkaarten,
maar postkaarten of foto’s of filmaffiches of …
Veel plezier met deze interactieve, speelse en impromptu routine!
Werner Moonens

