TWEELIMINATOR
Bijna 20 jaar geleden bracht Adrian Sullivan een kaarteffect op de markt onder de naam ‘Eliminator’. Twee toeschouwers tellen elk naar een kaart in een geschud (nu ja …) kaartspel en de mentalist weet na een vijf-seconden-blik doorheen het deck min of meer om welke kaarten het gaat. De helpers steken hun gekozen kaart ergens terug in het spel, dat in de broek- of jaszak van de performer gaat.
Deze kan beide kaarten op de tast uit het kaartspel halen. Sterk en het wist heel wat onderlegde collega-goochelaars om de tuin te leiden. Je kan Eliminator nog steeds kopen (bv. bij Penguin
Magic – kost 20 dollar of bij MagicShop.nl voor 26.50 euro). Ik herwerkte de routine met enkele voordelen van dien (zie lager) en noem het Tweeliminator, gebruikmakend van eenzelfde geheim. Maar dit keer vindt de performer niet de twee gekozen kaarten terug (die worden ook niet terug in het deck gestopt, maar bijven onder de hoede van de publieksassistenten) – wel hun tweelingbroers/-zusjes.
Heel kort: de tweeling van harten twee is ruiten twee, de tweeling van schoppen boer is klaveren boer, enz. Elke kaart heeft dus een tweeling in het deck zitten ofte: een kaartspel bestaat uit 26
‘koppels’, ik noem ze tweelingen (zelfde kleur en zelfde waarde, andere soort). Vertoning. De performer vraagt helper A een getal in gedachten te nemen van één tot tweeënvijftig en helper B,
ook, maar om te vermijden dat ze alle twee hetzelfde getal nemen: “heb jij een even of een oneven getal gekozen”? “Even” (bv.). “Wil jij dan, helper B, een oneven getal nemen van één tot éénenvijftig – je mag 49 kiezen, maar zodadelijk zal je dat aantal kaarten moeten aftellen, dus zorg dat het niet te langdradig wordt …” De performer overhandigt het kaartspel aan helper B en vraagt de kaarten een na een in een stapel op de tafel te tellen tot zijn gekozen getal en die kaart op zak te steken. Het niet gebruikte deel kaarten gaat op de stapel die op de tafel geteld werd en het hele pak wordt aan helper A gegeven. Ook hij telt naar zijn getal en steekt de betreffende kaart op zak. Weer gaan de niet gebruikte/getelde kaarten op de stapel die op de tafel ligt. “Ik weet niet of ik de jokers uit het spel gehaald heb – wacht, ik kijk even … Jullie hebben toch geen joker gekozen, kan je even checken?” De publiekshelpers bekijken elk hun kaart.
“Neen.”
“Ik ook niet.”
“Ik ga in twee stappen te werk. Stap 1 is aan de weet komen welke kaart jullie gekozen hebben. Je hebt al gekeken? Jullie weten welke kaart je hebt? Denk er even heel intens aan … In deze stap gebruik ik mijn gave om gedachten te lezen. Ik zie … O.K., dat is duidelijk.” De tweede stap is de tweeling terugvinden in dit kaartspel van de kaarten die jullie gekozen hebben. De tweeling van harten drie is ruiten drie en de tweeling van schoppen zeven is klaveren zeven, jullie begrijpen wat ik bedoel. Bovendien doe ik dat blindelings.” (steek het deck op zak). “Voor ik dat doe, even een kleine bekentenis. Toen ik zonet vertelde dat ik nakeek of er geen jokers in het kaartspel zaten, heb ik van die zes seconden gebruikt gemaakt om het hele kaartspel uit het hoofd te leren. Nu ik de kaarten ken die jullie gekozen hebben, weet ik ook op welke plaats ik hun tweelingkaarten moet zoeken. Die van jou zit op de … negentiende plaats, (neem een kaart uit je zak en houd ze rugzijde naar het publiek in je hand) en die van jou … dat zou deze moeten zijn.” Er zijn nu twee mogelijkheden om af te ronden: laat hen hun gekozen kaart luidop zeggen en ze jou overhandigen en houd er de tweelingkaarten naast (applaushouding). Of onthul zelf om welke kaarten het gaat en bewijs de juistheid van jouw bewering door elk van de toeschouwers hun toepasselijke tweeling te overhandigen. Vraag hen aan iedereen te tonen.
Het geheim.
Het hele deck is ‘gestackt’, d.i. alle kaarten zijn in een welbepaalde volgorde gestoken. Nl. op de volgende manier: alle tweelingkaarten liggen als koppels samen. Als je van dit kaartspel (rugzijde omhoog) eerst naar een oneven kaart telt en die uit het deck neemt en daarna naar een even kaart telt (en die op zak steekt) zijn – na het samenvoegen van het niet gebruikte aantal kaarten met de op tafel getelde kaarten na elke telbeurt – de bovenste en de onderste kaart van het spel de tweelingen van de twee gekozen kaarten. Die uitleg leest misschien wat verwarrend, maar één telbeurt met jouw (op de juiste manier gestackte) deck, maakt duidelijk dat dit een zelfwerkend* principe is. Zolang je maar begint met het oneven in gedachten genomen getal en daarna met een even getal. Het volstaat dus van het in je jaszak gestoken deck (om het extra moeilijk te maken/om hun kaarten ‘op de tast’ terug te vinden, …) de bovenste en de onderste kaart te nemen. Die twee kaarten zullen de tweelingen zijn van de door de publieksassistenten gekozen kaarten. * Je hebt dus alle tijd om je aandacht en focus te richten op de presentatie en op de toeschouwers. De insteek/inkleding/te bewijzen premisse (= parlando) en de onthulling kan je naar eigen goeddunken/toneelkarakter invullen.
Opmerkingen.
Tijdens je inleidend praatje (en het kiezen van twee helpers) kan je zonder daar de nadruk op de leggen of de aandacht op te vestigen de kaarten (vals) schudden of ze met een slordig ogende charliershuffle ‘duchtig door elkaar halen’. Het bekijken van het kaartspel ‘om er de jokers uit te halen’ laat je toe na de charlier na te gaan of het deck begint met een koppel. Een charliershuffle is eigenlijk hetzelfde als het spel couperen. Je zou dat dus kunnen doen midden een koppel en dat op die manier uit elkaar halen. Dat moet rechtgezet worden voor je de twee kaarten laat kiezen (een oneven en daarna een even getal laten tellen door de twee helpers). Als je dit vooraf schudden wil toepassen, moet je je parlando uit het bovenstaande voorbeeld
aanpassen, natuurlijk. Aan het eind, net voor je het kaartspel in je zak steekt, kan je het deck schudden, bv. d.m.v. een riffle shuffle op de tafel. Het volstaat de onderste kaart als eerste te laten vallen en de bovenste als laatste. Op die manier blijven die twee kaarten op hun plaats zitten en kan jij ze, de tweelingen van de gekozen kaarten, nog steeds ‘op de tast’ uit je zak halen. Het voordeel t.o.v. het originele Eliminator, is dat je dit kaartspel (ev. na twee riffle shuffles om de setup te verdoezelen) kan gebruiken voor een volgende/aansluitende kaartroutine of (ter controle) uit handen kan geven. Er zitten nl. geen duplikaatkaarten in! Aan het eind (als de 50 kaarten in je zak zitten) is de onderste van het deck de tweeling van de kaart van de helper die als eerste naar zijn kaart telde (oneven getal) en de bovenste kaart die van de tweede helper. Die kennis kan je ev. gebruiken tijdens de onthulling.
Extra voordeel: als je de tweeling van de eerste helper en de twee kaarten van de tweede assistent telkens als koppels op het kaartspel legt, is dat meteen reset voor een volgende vertoning! Twee- maar ook de originele E-limitator is een zeer sterk en onverklaarbaar effect. Je zou het eigenlijk vertoond moeten zien om de impact (het onmogelijke van de premisse) op een (leken)publiek te ondervinden. De beschrijving lezen doet afbreuk aan dit pareltje. ‘t Volstaat het ‘ns uit te proberen in live-omstandigheden. Zet deze routine in de nabije toekomst een keer op je playlist. Of doe eerst enkele try-outs buiten de schijnwerpers, kwestie van je te overtuigen van. Tweeliminator is een versie die je impromptu, zelfs met een geleend kaartspel kan vertonen. Het volstaat de setup (stack) uit te voeren op een onverdachte manier/onverdacht moment. Als dat geleend spel toevallig niet volledig is, laat je gewoon de onvolledige ‘koppels ‘ (die dan dus geen koppels zijn, eerder ‘eenzaten’) weg en vertoon de truc met 50 of 48 kaarten. Even sterk effect.
Succes!
Werner

